gedicht: winter
Gedichten

Winter

Met dennen beboomde bergen
in een winterse macht,
frigide explosie van witte dekens
de dagen bijna volledige nacht.

Proviand schaars,
de fauna heeft honger, zoekt naar eten.
De wolven scharrelen doelloos.
Hoe lang de winter duurt,
geen wezen kan het weten.

Angstaanjagende stilte bezinkt,
de storm is voorbij
latente eenzaamheid
ogenschijnlijk verlaten
in dit stoere jaargetij.

De tijd van reflexie,
Pijnlijk voor deze hopeloze dromer.
En toch verkies ik de diepe winter
Boven de frivole vluchtige zomer.




Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *