Blog,  Poëzie helpt

Poezie helpt: Heb mij lief, gelijk ik ben.

Hoor of zeg jij ook regelmatig: “je moet me maar accepteren zoals ik ben?”
Je helemaal geaccepteerd voelen is een basisbehoefte die we allemaal hebben. Want om jezelf te zijn bij elkaar, moet je je veilig en geaccepteerd voelen. Nietwaar?

Accepteer mij zoals ik ben en niet zoals ik wezen moet

Toch is het hier oppassen geblazen. Aan ‘elkaar accepteren’ kleven een paar grote valkuilen. Elkaar accepteren betekent bijvoorbeeld dat je het risico loopt over elkaars grenzen te gaan. En als je alles maar van elkaar moet accepteren dan hoeft er nooit iets te veranderen.
En toch misschien had ik anders moeten zijn. Misschien gedraag ik me anders dan jij wilt, maar ik wil graag geaccepteerd worden en waar ligt dan de grens. Waar moet ik mij aanpassen en waar jij? In een ideale wereld zouden we dit allemaal weten en konden we gedachten lezen. Maar we leven niet in een ideale wereld.




Heb mij lief zoals ik ben

Terwijl ik nadacht over die ideale wereld las ik een gedicht van J. van der Waals en toen begreep ik dat ik niet perse naar acceptatie van anderen zoek, maar wel dat iemand mij lief heeft op de manier die zij schrijft. Hoe fijn is het soms om naast iemand te zitten en gewoon te luisteren, of gewoon te zitten wetend dat die gene die gewoon accepteert. Misschien is dit iets dat alleen introverte mensen begrijpen, maar ik vond het fijn om te beseffen dat ik dit gevoel niet als enige heb. De schrijfster van dit gedicht voelde wat ik voelde blijkbaar ook en dit van 111 jaar geleden.

Heb mij lief, gelijk ik ben
Ik zou tot al mijn vrienden willen gaan
– Ook wel tot hen, die niet mijn vrienden zijn –
En vragen: Heb mij lief, gelijk ik ben
En stel aan mij geen eisen. Zie, ik kan
Niet onderhoudend praten, niet gevat
Of geestig zijn, en niet vertrouwelijk
Vertellen van mij zelf of van mijn ziel…
Wat zouden we ons vermoeien voor elkaar?

Laat mij maar zwijgend naast u zitten, stil
Verdiept in eigen werk, eigen gedachten.
Of – als gij praten wilt – spreekt gij tot mij.
Ik zal wel luistren, als gij vriendelijk
Met lichte kout mij onderhouden wilt,
Wel lachen om de grappen, die ge zegt,
Wel ernstig kijken als ge hoog, of diep,
Of ijdel praat van al te diepe dingen…

Maar, als ik dan zo zwijgend zit, en luister
Naar uw gesprek – of naar het klokgetik –
Of ‘k laat de stilte ruisen om ons heen,
– Die ruist zo prettig, als de mensen zwijgen –
Als ‘k mij dan blij in uw nabijheid voel,
Dan zou ik willen vragen, en de stilte
– Of ons gesprek – verbreken met mijn vraag:
‘Zeg, zijt ge ook blij, dat ik naast u zit?’
Sprak gij dan ‘Ja’, dan zei ik zacht: ‘Ik ook’…

En dat was alles, wat ik weten wou
En al, wat gij van mij behoeft te weten.

Jaqueline E van der Waals – 1909

Spreekt dit gedicht niet van zowel liefde als van acceptatie? En is dit niet precies wat wij zochten? Raakt jou dit ook? laat een reactie achter om mij te laten weten wat jij hier van vind.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *