Gedichten

Op de vliering

Op de balk waar een duif twijgen vlecht,
een houten vliering tussen muizen,
waar je de wind altijd hoorde suizen,
heb ik het je eindelijk gezegd.

Terwijl de regen ritmisch spatte op het dak
tussen stro en restjes aarde
onder ons de ezels en de paarden
was ik zo op mijn gemak.

Bij de verandering van het seizoen
ergens tussen de winter en de zomer
verraste je deze romantische dromer
met haar allereerste zoen.

En dan nu na vele lange jaren
op een koud en grijs kantoor
denk ik aan de dag dat ik mijn meisjes zijn verloor
en dat niemand jou heeft kunnen evenaren.

Dan na vele bange jaren
in een koud en grijs gebouw
denk ik aan de man met wie ik morgen trouw
die jou nooit heeft kunnen evenaren.




Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: