Koud aan de kust
Gedichten

Koud aan de kust

Het wordt koud aan de kust nu de zon verdwijnt.
De mensenmenigte verlaat het strand, allemaal tegelijk,
de bruin gebronsde bendes jonge mannen,
de stelletjes lopend hand in hand,
en de wankelende zon gebruinde meisjes.

Eén man blijft achter.
Hij herkent zich zelf in de vluchtigheid van het zand, de rusteloosheid van de zee,
het vervagende licht en de leegte van het strand.
De avond brengt donkere wolken en regen.
In cafés en bars trekken de toeristen zich terug om te schuilen.
Hij houdt zijn armen omhoog en heft zijn gezicht.
Vanavond zal hij niet huilen.

Dit gedicht is eerder gepubliceerd in de bundel “schaduw van de liefde




Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *