Poëzie Helpt: Dodenherdenking
Blog,  Poëzie helpt

Poëzie Helpt: Dodenherdenking en het lied der 18 doden

Poëzie helpt. Het is vandaag vier mei, vanavond herdenken we de doden uit de oorlogen. Vanavond is het dodenherdenking. De dag dat we de bevrijders van Nederland herdenken en alle andere slachtoffers van oorlogsgeweld. Elke dag leven wij in vrijheid., daar mogen wij dankbaar voor zijn. We kunnen elke dag kiezen hoe we willen leven en wie we willen zijn. We kunnen zeggen wat we denken en we kunnen doen en laten wat we willen met onze levens.

Vrijheid

In veel landen is dit onmogelijk. Je moet er altijd maar op passen wie je bent, wat je denkt, hoe je je gedraagt.

Vandaag herdenken we. Ik ben blij en dankbaar dat ik niet in een land hoef te leven waar ik niet mezelf mag zijn. Ik vind het ontzettend moeilijk om mij in te denken hoe het is om in angst te leven voor een bezetter, voor verraders. Bang te moeten zijn dat iemand mij van mijn leven en vrijheid beroofd. Nog erger is de angst dat iemand mijn geliefde en familie iets aandoet. En toch is vind het het moeilijk me er echt in in te leven.

Jan Campert (1902-1943) schreef hier een gedicht over. Dit gedicht helpt mij mezelf in te leven in hoe dit zou voelen. Het lied der achttien doden schreef hij over achttien verzetshelden die geëxecuteerd zijn. Campert was niet een van de achttien, juist daarom vind ik het zo knap dat in dit gedicht lijkt alsof hij de volgende ochtend geëxecuteerd zou worden. Zo komt het tenminste bij mij over.

Een cel is maar twee meter lang
En nauw twee meter breed,
Wel kleiner nog is het stuk grond
Dat ik nu nog niet weet,
Maar waar ik naamloos rusten zal,
Mijn makkers bovendien,
Wij waren achttien in getal,
Geen zal de avond zien.

O lieflijkheid van lucht en land
Van Hollands vrije kust –
Eens door de vijand overmand
Vond ik geen uur meer rust.
Wat kan een man, oprecht en trouw,
Nog doen in zulk een tijd?
Hij kust zijn kind, hij kust zijn vrouw
En strijdt de ijd’le strijd.

Ik wist de taak, die ik begon,
Een taak van moeiten zwaar,
Maar ‘t hart, dat het niet laten kon,
Schuwt nimmer het gevaar;
Het weet hoe eenmaal in dit land
De vrijheid werd geëerd,
Voordat een vloek’bre schennershand
Het anders heeft begeerd.

Voordat die eden breekt en bralt
Het misselijk stuk bestond
En Hollands landen binnenvalt
En brandschat zijne grond;
Voordat die aanspraak maakt op eer
En zulk germaans gerief
Een land dwong onder zijn beheer
En plunderde als een dief.

De rattenvanger van Berlijn
Pijpt nu zijn melodie;
Zo waar als ik straks dood zal zijn
De liefste niet meer zie
En niet meer breken zal het brood
En slapen mag met haar –
Verwerp al wat hij biedt of bood,
De sluwe vogelaar!

Gedenk, die deze woorden leest
Mijn makkers in de nood,
En die hun nastaan ‘t allermeest,
In hunne rampspoed groot,
Gelijk ook wij hebben gedacht
Aan eigen land en volk,
Er komt een dag na elke nacht,
Voorbij trekt ied’re wolk.

Ik zie hoe ‘t eerste morgenlicht
Door ‘t hoge venster draalt –
Mijn God, maak mij het sterven licht,
En zo ik heb gefaald,
Gelijk een elk wel falen kan,
Schenk mij dan Uw genâ,
Opdat ik heenga als een man
Als ‘k voor de lopen sta…

Ik zal vanavond hieraan denken. Denken aan de slachtoffers, gestorven en gemarteld voor de vrijheid die mijn generatie zo vanzelfsprekend vind. Ik zal vanavond herdenken om morgen te vieren dat ik vrij ben.
Waar denk jij vanavond aan?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *