Verhalen

De gestolen wens

Jan keek uit over zijn land. Het stond er dor bij. Hij had het warm. Als er niet snel regen kwam was er niets meer aan te doen. De droogte tergde het hele land. Behalve misschien dat vervelende verwende nest van hiernaast.

Jan keek over het land naar het buurmeisje dat huppelde over het bruine gras. Ze plukte uitgebloeide paardenbloemen en blies de pluisje van de steel. “Ik wens, ik wens dat de zomer nog lang mag duren. ”
“Ik wens nog meer zon” was de volgende wens.
Als de zomer nog lang zou duren was er straks niets meer over voor zijn zoon en zijn ongeboren kleindochter.

De kleine meid plukte nog een paardenbloem. Ze blies de pluisjes eraf.
“En ik wens dat er regen komt”Gromde Jan terwijl hij zich omdraaide om terug naar zijn boerderij te lopen.”

De volgende ochtend werd Jan wakker van zijn wekker. Waarom is het nog zo donker vroeg hij zich af. Hij opende de gordijnen en zag dat het ochtend was, maar dat de dikke zwarte wolken de zon verduisterde. Zijn hart maakte een sprongetje. Terwijl de eerste grote regen druppels naar beneden vielen zette hij de radio aan. “Geen enkele weerman kan de buien op de Veluwe verklaren” hoorde hij de nieuwslezer zeggen.
Het maakte Jan niet uit waardoor er regen was gekomen. Deze oogst zou niet mislukken.

Dit verhaal is geschreven voor de verhalen wedstrijd van Sweek

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *