Blog

5 tips tegen het imposter syndroom

Lange tijd heb ik last gehad van het imposter sydroom. Ik geloofde gewoon niet dat ik het kon, dit maakte mij onzeker en ik vroeg mij telkens af: Wanneer val ik door de mand of wanneer ziet iemand dat ik eigenlijk helemaal niet zo goed ben!. Het gevolg? Uitstelgedrag, onzeker voelen, wakker liggen en misschien zelfs wel mijn burn-out.

Ook kan het leiden tot perfectionistisch gedrag: steeds harder werken, overdreven presteren of alles onder controle willen houden. Wat anderen ook zeggen, dat helpt niet. Er is een te dominante negatieve stem in jou die overheerst.
Belangrijk is om te weten dat dit geen psychologische of psychiatrische ziekte is en je niet de enige bent. Het wordt tegenwoordig gezien als een reactie op bepaalde situaties.
Jouw innerlijke criticus kijkt niet eerlijk naar jouw prestaties. De volgende stappen kunnen je helpen om weer eerlijk en positief naar jezelf te lijken. Daar heb je recht op!

1. Durf het onder ogen te zien

Op de momenten dat je je onzeker voelt, baal je. Je wilt dan weg van dit gevoel. Dat is begrijpelijk maar niet slim. Zoek het juist op, dan ga je je eigen actie-reactie patroon herkennen. Het helpt als je een leuk opschrijfboekje koopt, wat je speciaal hiervoor gaat gebruiken.  Durf het niet alleen onder ogen te zien, accepteer dat het er is.  Het is wat het is.


2. Ga herkennen wanneer je die gedachtes hebt.

Door te accepteren dat je je soms een bedrieger voelt (niet bent, je voelt het zo) kun je gaan herkennen waarom je je zo voel. Je kan gaan aanvoelen wat er gebeurt, waarom en wat het eventueel lichamelijk met je doet. Schrijf het

Als het je overvalt, probeer het moment dan even vast te houden: wat gebeurt er, waarom voel je je onzeker. Maak korte aantekeningen van het moment (dat kan ook later op de dag). Kijk ook hoe je fysiek reageert: ga je hoger ademhalen of neemt je hartslag toe. Wat gebeurt er met je energie. Schrijf het op.

3. Maak afspraken met jezelf

Je primaire reactiepatroon is om op een dergelijk moment weg te vluchten of juist harder te gaan werken. Bij geen van beide reacties heb je baat. Wat wel helpt, is kijken hoe je weer rustig wordt. Vaak helpt het om een paar minuten diep adem te halen en even te ontspannen. Onderdruk je primaire reactie. Maak hierover afspraken met jezelf in de zin van: als het me overkomt, dan ga ik juist niet harder werken, vluchten of maar ga ik even wandelen of mediteren.

4. Ga de confrontatie met je negatieve stem aan

Dit is een heel lastige stap. Want die negatieve stem draag je al lange tijd met je mee. Toch moet je deze weerwoord gaan geven. Het helpt als je je verplaatst in een derde persoon (een vriend of vriendin) die jou heel graag wil helpen. Kijk dan vanuit zijn of haar perspectief naar jezelf. Schrijf dagelijks in je opschrijfboekje wat je volgens deze vriend of vriendin WEL goed hebt gedaan en schrijf er minstens 3 op.

5. Je succes durven toe te eigenen

Vaak wijt je je succes aan toeval of geluk. Dan zeg je dus eigenlijk: het lag niet aan mijn competenties. Daarmee ontken je je eigen activiteiten en dus eigenlijk jezelf. Ga weer in de schoenen van je vriend of vriendin staan: is deze het hier mee eens? Wat voor acties en inspanningen heb je al laten zien om deze situatie te creëren volgens deze vriend of vriendin? Schrijf dit op. En fake it til you make it is iets dat echt werkt.

Deze stappen hebben mij geholpen om stukken minder aan mezelf te twijfelen.

Heb jij hier ook last van?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *